← Terug naar de voorpagina
De KapeneesZaterdag 26 September 2026Uitgaan

Een nacht in het weekend

Het Broodmes van de Veerlaan

Van onze verslaggeverKatendrechtLeestijd 2 minuten
Het Eroscentrum aan de Veerlaan, met politieagenten en omstanders achter een bouwhek en geparkeerde auto's uit de jaren zeventig

Het Eroscentrum aan de Veerlaan.

Het was eindelijk weekend, waar ik na een week werken enorm naar uitkeek. Dat betekende: de wijk in. We begonnen bij Cafe Dinkiedat. Nadat we de nodige bieren op hadden en de bel voor de laatste ronde had geklonken, besloten mijn drankmaat Willem en ik om nog even naar ’t Walhalla te gaan, een dancing die tot in de vroege uurtjes open was. Al deze gelegenheden bevonden zich rond het Deliplein.

Aangekomen bij ’t Walhalla besloot Willem nog even een plasje te doen tegen een boom die tegenover de ingang stond. Tegen diezelfde boom stond de fiets van een bezoeker geparkeerd. Ik weet niet precies wat Willem aan het doen was, maar hij stond die fiets behoorlijk te bewateren. Totdat ik opeens achter me een stem met een Surinaams accent hoorde: “He man, dat is mijn fiets!” Willem zette het op een lopen en de man ging erachteraan. Na een aantal minuten zag ik in de verte twee personen gebroederlijk richting ’t Walhalla terugkomen. Het waren Willem en zijn nieuwe Surinaamse vriend. Nadat Willem hem in ’t Walhalla een biertje had aangeboden, was alles weer koek en ei.

Na nog een paar bieren had ik het wel gehad en besloot ik naar huis te gaan. De route liep over de Veerlaan, waar in die tijd het Eroscentrum zat; daar was altijd veel vertier. Voor de deur werd ik opeens door een onbekende man bij mijn haar gegrepen. Hij wees naar het Eroscentrum en zei: “Hier ga jij niet naar binnen!” Waarschijnlijk wilde hij stoer doen in het bijzijn van zijn vrienden.

De Veerlaan met een politiewagen, geparkeerde auto’s en een bioscoop op de hoek

Eenmaal thuisgekomen, ik had mijn pyjamajas al aan, liet het voorval me niet los. Het knaagde aan me. Ik liep naar de keuken, haalde een groot broodmes uit de la, stopte het in mijn mouw, ondersteunde het met mijn hand en ging terug naar het Eroscentrum. Daar aangekomen bleef ik een paar meter verderop tegenover de ingang staan om de boel te observeren. Door de alcohol kon ik me echter totaal niet meer herinneren hoe die eikel eruitzag.

In mijn ooghoek zag ik opeens zo’n grote politiewagen aankomen - wij noemden dat een ‘overvalwagen’, met van die twee grote deuren aan de achterkant. Er sprongen twee agenten uit. Ik dacht nog: wat is er nou weer aan de hand? Voordat ik het besefte, hadden ze allebei mijn armen vast, haalden ze het mes uit mijn mouw, donderden ze me achter in de wagen en reden we direct weg.

Pas later begreep ik hoe het kon dat ze me zo snel oppakten: daar stond ik dan, om vier uur in de nacht in mijn gifgroene pyjamajas, met de duidelijke contouren van een groot broodmes in mijn mouw op de stoep te wachten. Ik denk achteraf dat er gewoon iemand de politie heeft gebeld toen ze die vreemde vertoning zagen.

Na een gesprekje met een van de agenten zei hij: “Luister, we laten je gaan, maar je gaat direct naar huis, je nest in.” Daarmee ingestemd, was ik blijkbaar zo brutaal (en dronken) om ook nog om het broodmes van mijn moeder te vragen. Dat kreeg ik natuurlijk niet terug. Flauw, he?

Meer uit De Kapenees

De Kapenees · Onafhankelijk nieuwsblad voor Katendrecht en omstreken · Overname uitsluitend met bronvermelding