← Terug naar de voorpagina
De KapeneesZaterdag 26 September 2026Haven

Voetje voor voetje langs de stalen plaat

Het Ultieme Speelterrein

Van onze verslaggeverKatendrechtLeestijd 2 minuten
Een houten steiger met bootjes, daarachter een bedrijfsterrein vol buizen en platen, een bakstenen kantoortje en havenkranen

De steiger, met daarachter het katrollenterrein en Citex.

De haventerreinen waren voor ons het ultieme speelterrein, maar de bedrijven deden er natuurlijk alles aan om ons buiten te houden. Overal stonden hoge hekken. Vaak klommen we eroverheen of kropen we eronderdoor, maar als dat echt niet ging, was er nog één laatste, gevaarlijke optie. Aan het einde van de omheining, pal langs de Maas, was een grote stalen plaat dwars op deze omheining gemonteerd in de lengte richting van de kade muur. Die plaat was zo’n drie meter breed en bedoeld om indringers tegen te houden. De plaat stond net iets naar binnen gemonteerd en ongeveer 7 centimeter boven de kademuur, waardoor er net genoeg ruimte overbleef om de neuzen van je schoenen eronder te plaatsen.

Dit was werk voor de echte waaghalzen. Je moest jezelf zo plat mogelijk tegen die stalen plaat aandrukken. Je klemde je schoenneuzen onder de rand, hield met één hand het begin van de plaat vast en begon voetje voor voetje te schuifelen. Je mocht absoluut geen fout maken, anders deed je een vrije val van de kade, zo de Maas in. Dat was ook precies de reden waarom iedereen op De Kaap zo snel mogelijk moest leren zwemmen; we waren letterlijk omringd door diep water.

Het spannendste moment was in het midden, als je beide handen plat tegen het staal moest drukken om grip te houden. Dan was het een kwestie van heel snel doorschuifelen totdat je vingers de andere kant van de plaat konden vastgrijpen. Als je die hoek eenmaal om was, had je het ergste gehad. Dan stond je op verboden terrein en kon het echte avontuur beginnen. Ik heb gelukkig nooit meegemaakt dat het bij iemand fout is gegaan, maar ik heb er heel wat zien afhaken bij die plaat. Je moest er de zenuwen voor hebben!

Eenmaal voorbij de stalen plaat hadden we vooraf eigenlijk nooit een strak plan. Het avontuur ontstond ter plekke. We hielden ons eerst gedeisd en observeerden het terrein: wat voor lading lag er opgeslagen, en belangrijker nog, reed de havenportier niet net zijn ronde op de fiets? Als de kust veilig was, zochten we contact met de schepen. We maakten makkelijk vriendschap met de zeelui van de coasters en grote zeeschepen. Die mannen vonden het prachtig als we aan boord kwamen; een paar van die levendige, Kaapse teringaapjes bracht wat leven in de brouwerij. We werden flink verwend met lekkere hapjes en drankjes die we thuis niet vaak zagen.

Vaak kregen we bij het afscheid ook nog een presentje. Zo wilden we een keer ons bezoek aan boord afronden, toen een bemanningslid een paar bijzondere stenen tevoorschijn haalde. Het waren een soort rotsmonsters waarin schitterende, gekleurde kristallen zaten. Hij gaf er eerst twee weg aan mijn vrienden. Ik dacht dat ik naast de pot zou pissen, maar de zeeman keek me aan en haalde nóg een steen tevoorschijn: de allergrootste en de allermooiste van het stel. Die besloot hij aan mij te schenken. Ik was zo blij als een kind (en die steen is later nog betrokken geraakt bij een heel ander verhaal).

Meer uit De Kapenees

De Kapenees · Onafhankelijk nieuwsblad voor Katendrecht en omstreken · Overname uitsluitend met bronvermelding